Geschiedenis van Azerbeidzjan in vogelvlucht
De geschiedenis van Azerbeidzjan is die van een doorgangsgebied: christelijk Kaukasisch Albanië, islamisering vanaf de 7e eeuw, Perzische en Ottomaanse invloed, kanaten, Russische annexatie, de eerste olieboom ter wereld en sinds 1991 onafhankelijkheid. Hieronder de hoofdlijn, met per periode wat je er onderweg nog van terugziet.
Tijdlijn
| Periode | Wat er gebeurde |
|---|---|
| vanaf ca. 4e eeuw v.Chr. | Kaukasisch Albanië, een eigen koninkrijk in het oosten van de Zuid-Kaukasus; vanaf de 4e eeuw n.Chr. christelijk |
| 7e–8e eeuw | Arabische verovering en het begin van de islamisering |
| 9e–16e eeuw | De Shirvanshahs regeren over Shirvan, met Shamakhi en later Bakoe als centrum |
| vanaf 1501 | Safavidische heerschappij; het sjiisme wordt de dominante stroming |
| 18e eeuw | Uiteenvallen in kanaten: Sheki, Guba, Karabach, Bakoe, Ganja en meer |
| 1813 en 1828 | Verdragen van Gulistan en Turkmenchay: het gebied ten noorden van de Aras komt bij Rusland |
| 1870er jaren–1900 | Olieboom; Bakoe is rond 1900 kortstondig de grootste olieproducent ter wereld |
| 1918–1920 | Democratische Republiek Azerbeidzjan |
| 1920–1991 | Sovjetperiode |
| 1990 | Zwarte Januari in Bakoe |
| 1991 | Onafhankelijkheid |
Kaukasisch Albanië en de islamisering
Lang voor er van Azerbeidzjan sprake was, lag hier het koninkrijk Kaukasisch Albanië — geen verband met de Balkan. Het bekeerde zich in de 4e eeuw tot het christendom en had een eigen kerk, een eigen alfabet en een hoofdstad bij het huidige Gabala. De kleine kerk van Kish bij Sheki geldt als het meest tastbare overblijfsel, en de Udi in het dorp Nij zien zichzelf als directe erfgenamen van die kerk. Met de Arabische verovering in de 7e en 8e eeuw begon de islamisering, die zich over enkele eeuwen voltrok. Ouder nog is het vuur: de zoroastrische laag die je proeft bij de vuurtempel Ateshgah en in de vier dinsdagen van Novruz.
Shirvanshahs, Perzen en Ottomanen
Vanaf de 9e eeuw regeerde de dynastie van de Shirvanshahs over Shirvan, het gebied tussen de Kaukasus en de Kaspische Zee. Shamakhi was hun hoofdstad tot aardbevingen het hof naar Bakoe dreven; daar staat nog altijd het paleis van de Shirvanshahs in de ommuurde oude stad. Vanaf 1501 kwam het gebied onder de Safaviden, die het sjiisme tot staatsgodsdienst maakten — de reden dat Azerbeidzjan tot vandaag overwegend sjiitisch is, anders dan het soennitische Turkije. Twee eeuwen lang was de regio het strijdtoneel tussen het Perzische en het Ottomaanse rijk, met wisselende bezettingen en steeds nieuwe vestingwerken.
De kanaten en de Russische annexatie
Na de dood van Nader Shah in 1747 viel het gebied uiteen in ruim een dozijn kanaten: Sheki, Guba, Karabach, Bakoe, Ganja, Shamakhi, Lankaran en andere. Het is de periode waarin het Khan-paleis van Sheki werd gebouwd, met zijn beroemde shebeke-glasmozaïeken. Rusland breidde intussen zuidwaarts uit. Met de verdragen van Gulistan (1813) en Turkmenchay (1828) na twee Russisch-Perzische oorlogen kwam alles ten noorden van de rivier de Aras bij het Russische rijk; het gebied ten zuiden ervan bleef Perzisch. Die grens loopt er nog steeds, en verklaart waarom er tot op de dag van vandaag miljoenen Azerbeidzjanen in Iran wonen — zie bevolking en talen.
Olie, en een republiek van twee jaar
Bij Bakoe werd al in 1846 met een boring naar olie geëxperimenteerd, maar de echte doorbraak kwam in de jaren 1870, toen de concessies werden vrijgegeven. De Nobels en de Rothschilds bouwden er raffinaderijen en pijpleidingen; rond 1900 kwam ongeveer de helft van de wereldproductie uit deze ene stad. De olie-elite liet in het centrum van Bakoe de rijen herenhuizen bouwen die de stad nog steeds haar 19e-eeuwse gezicht geven. Meer daarover bij de economie van Azerbeidzjan.
Na de Russische revolutie riep Azerbeidzjan op 28 mei 1918 de Democratische Republiek uit — de eerste seculiere parlementaire republiek met een islamitische meerderheidsbevolking, die vrouwen al in 1918 stemrecht gaf, eerder dan veel West-Europese landen. Ze hield het krap twee jaar vol: in april 1920 trok het Rode Leger Bakoe binnen en volgde ruim zeventig jaar sovjetbestuur, met massale industrialisatie, alfabetwissels van Arabisch naar Latijn naar Cyrillisch, en repressie in de jaren dertig.
Van Zwarte Januari naar vandaag
Eind jaren tachtig groeide de onafhankelijkheidsbeweging. In de nacht van 19 op 20 januari 1990 rukten sovjettroepen Bakoe binnen; bij wat sindsdien Zwarte Januari heet vielen meer dan honderd doden. De slachtoffers liggen op de Şəhidlər Xiyabanı, de Martelarenlaan bij het Highland Park boven de stad, waar veel Azerbeidzjanen nog altijd bloemen leggen. In 1991 volgde de onafhankelijkheid. Heydar Aliyev was president van 1993 tot 2003, waarna zijn zoon Ilham Aliyev hem opvolgde.
Over de regio Nagorno-Karabach werd tussen 1988 en 1994 een oorlog gevoerd, met een staakt-het-vuren in 1994 en honderdduizenden ontheemden aan beide zijden. In het najaar van 2020 volgde een tweede oorlog van 44 dagen, en in september 2023 kreeg Azerbeidzjan de volledige controle over het gebied, waarna vrijwel de gehele Armeense bevolking vertrok. Het onderwerp ligt gevoelig; als bezoeker doe je er goed aan er niet zelf over te beginnen. Voor actuele reisinformatie over grenszones en toegankelijkheid: zie veiligheid en reisadvies.
Volgende stap: lees hoe die geschiedenis doorwerkt in religie en secularisme, keer terug naar de cultuurpagina voor de andere thema's, of bezoek de plekken zelf via de zijderoutestad Sheki en de oude stad van Bakoe.